Smook Arééja

Het hele vroege opstaan zal wel nooit echt wennen, maar de gedachte aan een luie, zonovergoten vakantie doet wonderen. Energiek staan we om 02.00 uur dan ook naast ons bed om de reis te beginnen. Aangekomen op Schiphol sluiten we ons gedwee aan bij het al het vakantievee dat in lange rijen staat te wachten om een plaats in het vliegtuig toegewezen te krijgen. Slaperige en huilende kinderen, zenuwachtige moeders en veel te vrolijke vaders omringen ons met al hun reispapieren reeds in de klamme handen. De vakantiestress heeft voor velen nu echt toegeslagen.

Na alle formaliteiten afgewikkeld te hebben, lopen we vrolijk tussen de nog gesloten winkeltjes op zoek naar een ruimte waar we nog een laatste sigaret kunnen consumeren. Ja, wij zijn nicotine verslaafden op zoek naar een laatste bevrediging op Nederlandse bodem. Opgelucht volgen we de bordjes met Smoke Area, terwijl we worden ingehaald door snelle voetstappen van leden van het nicotine genootschap. “Heee Bep hier is de Smook Arééja” roept iemand zeer luid. Op dat moment wist ik dat dit voor de rest van onze vakantie deze verbastering niet meer kon vergeten. 

Door de aangeslagen raampjes van de rookruimte zie ik de “Crew” zich met het gebruikelijke ritueel naar het vliegtuig begeven. Twee haantjes voorop en 6 hennetjes kakelend daarachter; zo schrijft het protocol het voor. Niet om of op kijken, alleen met elkaar kakelen,  rechtoplopend en zelfverzekerd in de pas richting de “kist”.  Hoeveel mensen zouden op deze onnatuurlijke manier naar hun werk gaan, vraag ik me af?

Met de nieuwste van Dan Brown in m’n tas en de gedachte dat ik misschien nog wel een uurtje zou kunnen slapen, betreden we uiteindelijk het vliegtuig. Naast me zit een gezette moeder met haar puber dochter. Ik voel aan alles dat dit een type is dat niet in staat is om langer dan 5 minuten haar mond te houden. Een soort Smook Arééja typje dus. Goed bedoeld allemaal natuurlijk, maar de komende 4 uur heb ik absoluut geen behoefte aan een onophoudelijke waterval van zinloze woorden. Ik verlang naar wat slaap en een begin aan m'n Dan Brown.

De schermpjes komen naar beneden en de gebruikelijke veiligheidsinstrukties worden over ons uitgestrooid. M’n buurvrouw bekijkt het allemaal in opperste verbazing en verwarring. Terwijl ik de eerste bladzijde van m’n boek opsla, voel ik een tikje tegen m’n arm.  'Meneer,  'mag ik u wat vragen?' Argwanend kijk ik op en bedenk hoe ik dit de volgende uren kan voorkomen. 'Weet u waarom we in geval van nood met ons hoofd tussen onze knieën moeten gaan zitten? Hebben we dan een grotere kans om te overleven?' Ik kijk haar aan en vraag me af of ik haar de waarheid moet vertellen of gewoon een leuk verhaaltje moet ophangen. Ik kies voor het eerste om er zeker van te zijn dat ik de rest van de reis met rust gelaten word.

'Kijk mevrouw, als dit vliegtuig in problemen raakt en we zouden ongecontroleerd en eerder de grond bereiken dan dat de bedoeling is, dan heeft niemand een schijn van kans; ongeacht hoe we zitten of staan'. Grote ogen kijken me aan. 'De enige reden dat we ons hoofd tussen onze knieën moeten houden, is om ons gebit zo goed mogelijk te beschermen om latere identificatie te vergemakkelijken'. Haar ogen draaien weg en bits draait ze zich om naar haar dochter om te vragen of alles OK is met haar.

Het taxiën is begonnen en één van de hennen roept via de intercom om dat tijdens de start en landing de cabine verlichting gedoofd zal worden. We vliegen de zon tegemoet en zoals gewoonlijk heeft Dan Brown m’n volledige aandacht. Nadat de lichten weer zijn aangedaan en we onze veiligheidsgordels weer mogen losmaken, kijkt m’n buurvrouw me enigszins achterdochtig weer aan. 'Waarom deden ze die lichten uit?' Ik besef dat het nu of nooit is, omdat ik anders nooit die rust krijg waar ik zo op gehoopt had. 'Mevrouw, de start en de landing zijn de meest kwetsbare momenten. Als er dus iets mis zou gaan dan is de kans dat de elektriciteit uitvalt groot. Dat betekent dus, dat we in een eventuele noodsituatie onmiddellijk in het donker zouden zitten. Onze ogen zouden dan aan het licht zijn gewend een eer ze aan de duisternis gewend zijn, zijn er kostbare seconden verloren die misschien ons leven hadden kunnen redden.'

Met hoogrode konen keert ze zich van me af en vertelt haar dochter dat vliegen de meest veilige vorm van reizen is. 

De rest van de reis verloopt volgens plan en tegen de tijd dat we in gangpad staan te wachten om de warmte van onze bestemming tegemoet te treden, hoor ik nog net m’n buurvrouw tegen haar dochter zeggen: “ik hoop dat ze hier ook een Smook Arééja hebben.