Staar

Met brandende en tranende ogen staar ik in de verte. M'n pupillen staan wijd open en het felle licht van de tl-balken in de wachtruimte is nog slechts met moeite te verdragen. De samengepakte wachtenden op de plastic stoeltjes staren me met argusogen aan. M'n vrouw heeft oog voor de situatie en pakt liefdevol m'n hand.

Waar we zijn? De wachtkamer van de oogarts. Een aardige assistent heeft me zojuist voorbereid op het onderzoek van de arts. Met m'n kin op een steuntje en m'n voorhoofd tegen een metalen band, heeft ze met een ingewikkeld apparaat in de poppetjes van m'n ogen gekeken. Op het commando "niet schrikken", puilen je ogen van schrik toch nog uit je kassen als er een pufje lucht in wordt geschoten. Vervolgens wordt er als toetje een brandend goedje in gedruppeld en mag je weer plaatsnemen in de wachtruimte.

"Wat is het hier stil", roept een oud besje naar binnen schuifelend achter haar rollator.

"De band heeft even pauze en de bingo begint zo", roep ik chagrijnig terug. Een elleboog van m'n oogappel wordt weinig liefdevol in m'n arm geplant en boze ogen kijken me verwijtend aan. Het onderzoek bij de arts is in een oogwenk voorbij en de conclusie is duidelijk en volgens verwachting. Hinderlijke staar in het linkeroog. Ogenschijnlijk onschuldig, maar toch een operatie nodig om het te verhelpen. Met die boodschap maar weer terug naar de receptioniste om alle benodigde afspraken te maken.

Op het eerste oog lijkt dat een simpele opgaaf, maar vier afspraken plannen op drie verschillende locaties bleek toch een hele klus. Twee afspraken op een zelfde locatie voor nog een onderzoek en een afspraak bij de anesthesist, een afspraak voor de operatie op weer een andere locatie en dan weer terug hier voor controle. Het arme vrouwtje heeft er rode konen van gekregen, maar als eindelijk de agenda's zijn afgestemd, volgt er haastig nog een vergeten vragenlijstje. Simpele vragen over gewicht en lengte worden snel afgehandeld, maar dan volgt de kraker. "Eet u sonde voeding?" vraagt ze met droge ogen.

"Alleen als we een feestje hebben", rolt er spontaan uit m'n mond.

"Ik beschouw dat maar als een nee", antwoordt ze bits. Een schop tegen m'n enkel is een subtiele boodschap dat ik verder m'n mond moet houden.

Over twee maanden is het zo ver, maar ik kijk er niet echt naar uit.